Vakkenstructuur Wiskunde

Opdracht van de werkgroep

Het ministerie van OCW heeft de werkgroep de opdracht gegeven een advies te geven over de vakkenstructuur wiskunde in de bovenbouw van havo en vwo. De werkgroep levert begin 2022 haar advies op.

Een nieuwe vakkenstructuur van de wiskundevakken moet aansluiten bij wat leerlingen in het vervolgonderwijs nodig hebben. De verkenning van de knelpunten vormt het vertrekpunt. Het ministerie van OCW heeft de werkgroep daarbij de volgende kaders meegegeven:

De keuzes die worden gemaakt mogen niet ten koste gaan van vmbo-ers die de overstap willen maken naar het havo.

Het staat de werkgroep vrij om beargumenteerd zowel gedeeltelijk overlappende vakken te adviseren, als om te kiezen voor elkaar minimaal overlappende vakken.

De gekozen vakkenstructuur moet herkenbaar zijn (voor vervolgopleidingen).

De werkgroep heeft ruimte om te verkennen of een verplichtend vak voor wiskunde op het havo wenselijk is, en neemt daar in de relatie met rekenen mee. Als dit het advies is, moet de onderbouwing zo gewichtig zijn (ook in relatie tot de keuze om het in eerste instantie niet verplicht te stellen) dat een dusdanige ingreep in het vakkenpakket verantwoord is.

Als de werkgroep kiest om voor alle leerlingen een verplicht deel wiskunde vast te stellen, kan dat onder voorwaarde dat het verplichte deel alleen gevuld wordt met onderdelen die voor alle leerlingen in het profiel relevant zijn. Als dit betekent dat dit qua studielasturen tot een klein(er) vak leidt dan andere verplichte profielvakken, dan is dat mogelijk.

Als voor deze optie gekozen wordt, beschrijft de werkgroep de gevolgen voor de ontwerpruimte. Dit kan van toepassing zijn bij de profielen C&M en de profielen waarvoor nu wiskunde A verplicht is.

De variant met de zwaarste studielast mag niet groter zijn dan de huidige zwaarste variant van wiskunde B + D. De werkgroep beschrijft de gevolgen voor de ontwerpruimte van de N-profielen.

Als de werkgroep besluit om vast te houden aan vakken in plaats van modules, dan mogen het niet meer dan drie vakken zijn.

Als de vakkenstructuur niet één op één gekoppeld kan worden aan de vier profielen, wordt de structuur gebaseerd op iets anders. Bijvoorbeeld op de wiskunde zelf, of op vervolgopleidingen.

De werkgroep mag andere vormen overwegen, zoals een modulaire opzet. De werkgroep beschrijft dan hoe het uitgevoerd kan worden, ook voor kleinere scholen. De werkgroep legt ook uit hoe dit zich verhoudt tot de eis dat 80% van de ontwerpruimte gemeenschappelijk is.

De werkgroep laat de gevolgen zien van het terugdringen van overladenheid van de wiskundeprogramma’s en de eis dat de totale studielast niet toeneemt.

De uitwerking moet in lijn zijn met de werkopdracht vakvernieuwing bovenbouw.

Bij de concept-vakkenstructuur levert de werkgroep een profielbeschrijving op. Voor wie zijn de nieuwe vakken? Op welke vervolgopleiding bereiden ze voor? Het advies wordt maximaal 20 pagina’s.

Als het examenprogramma begint, gaat de vakvernieuwingscommissie uit van de aangepaste vakkenstructuur.